Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN
 

Zoeken van A tot Z

Meldpunt
0800 13 550

Startpagina Consumenten > Dagelijks leven > Andere > Meer weten over chemische contaminanten in voedsel

CONSUMENTEN
Meldpunt Productterugroepingen Waarschuwingen Onze voeding Dagelijks leven Wat doet het FAVV voor de consumenten ? Incidenten voedselveiligheid Publicaties Video's Over het FAVV Praktisch   - Werkaanbiedingen
  - Nuttige links
COMITES
Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité
PROFESSIONELEN
Meer weten over chemische contaminanten in voedsel Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 20.06.2018


Als we het over voedselveiligheid hebben, onderscheiden we drie types risico’s of “gevaren”. Er zijn biologische gevaren, bijvoorbeeld besmetting met schadelijke bacteriën of schimmels. Daarnaast zijn er fysische gevaren, bijvoorbeeld de aanwezigheid van stukjes glas in een bokaal ingemaakte kersen. Tenslotte kan voedsel besmet zijn met chemische contaminanten.

In deze nieuwsbrief gaan we het hebben over drie soorten chemische contaminanten op basis van hun oorsprong:
  • contaminanten veroorzaakt door lucht-, bodem- of waterverontreiniging, bijvoorbeeld zware metalen en dioxines;
  • contaminanten die van nature aanwezig zijn in planten, bijvoorbeeld mycotoxines;
  • contaminanten die ontstaan door de behandeling van een levensmiddel, bijvoorbeeld acrylamide en polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

De besmetting van levensmiddelen met residuen van bestrijdingsmiddelen (en biociden) of geneesmiddelen zal aan bod komen in een volgende nieuwsbrief.


Het FAVV controleert!

Het FAVV neemt elk jaar bijna 8000 monsters om het gehalte van deze drie types chemische contaminanten in onze voeding te analyseren. Wat blijkt? Meer dan 98 % van de analyseresultaten waren de afgelopen jaren conform, zoals blijkt uit de tabel hiernder.

  Dioxines en PCB Mycotoxines Zware metalen
2016 99,9% 98,9% 99,2%
2015 99,9% 97,9% 99,3%
2014 99,8% 98,6% 98,7%
(bron: activiteitenverslagen van het FAVV))


Geen reden tot ongerustheid dus. En door een aantal voorzorgen te nemen kunnen we de risico’s die er toch nog zouden zijn nog verder verminderen. Maar eerst nemen we de voornaamste types chemische contaminanten even kort onder de loep.


Zware metalen

Zware metalen kunnen onze levensmiddelen op een aantal manieren besmetten. Planten kunnen de zware metalen die aanwezig zijn in de bodem absorberen of kunnen besmet worden door stof dat neerslaat. Vis die gevangen wordt op zee en algen kunnen de zware metalen opnemen die aanwezig zijn in het water. Vlees kan besmet geraken als de dieren grazen in een vervuilde omgeving. De metalen stapelen zich op in bepaalde organen, zoals de lever en de nieren.

Het FAVV controleert het gehalte aan lood, kwik, cadmium en arseen in een reeks levensmiddelen.

Lood kan een invloed hebben op ons zenuwstelsel, vooral bij kinderen bij wie het zenuwstelsel nog in volle ontwikkeling is. Lood kan worden aangetroffen in grond en in stof. Het loodgehalte in onze voeding is de laatste jaren sterk afgenomen dankzij doeltreffende milieumaatregelen (benzine, verf, waterleidingen en conserveblikken zonder lood).

Om het lood dat aanwezig kan zijn in aarde en stof te verwijderen, spoel je groenten en fruit goed af alvorens ze te consumeren en was je zorgvuldig je handen nadat je in de tuin hebt gewerkt (of gespeeld!).

Kwik kan problemen veroorzaken bij de hersenontwikkeling van kinderen. Deze stof kan vooral aanwezig zijn in vis en in het bijzonder in roofvissen (die zich voeden met andere vissen die eventueel besmet zijn), zoals haaien, zwaardvissen, snoeken, marlijnen en in mindere mate tonijn. Eten we dan beter geen vis? Integendeel. Vis bevat belangrijke nutriënten, zoals omega-3-vetzuren. Daarom wordt aanbevolen om één à twee porties vis per week te consumeren, ook voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en voor kinderen. Als we daarbij de consumptie van roofvissen in de mate van het mogelijke vermijden bestaat er geen gevaar.

Cadmium dat gedurende een lange periode in grote hoeveelheden wordt opgenomen kan leiden tot nierstoornissen. Cadmium dat aanwezig is in de bodem kan geabsorbeerd worden door planten, bijvoorbeeld groenten.

Arseen is kankerverwekkend. Arseen kan voorkomen in rijst en in bepaalde rijstproducten, zoals rijstwafels. Ook vis kan arseen bevatten, maar dan in een vorm die niet giftig is. Algen bevatten ook arseen, maar de toxiciteit ervan staat nog ter discussie. Daarom wordt de consumptie van (voedingssupplementen op basis van) algen afgeraden voor kinderen en zwangere vrouwen.

Rijst spoel je bij voorkeur met drinkwater totdat het water helder wordt, alvorens ze te koken. De eventueel aanwezige wateroplosbare arseen wordt dan weggespoeld met het spoelwater.


Over dioxines

Dioxines kunnen een invloed hebben op ons immuun- en reproductiesysteem en zijn kankerverwekkend. Dioxines worden geproduceerd door tal van menselijke activiteiten (verbranden van afval, metallurgie, organochloorchemie, wegverkeer ,...), maar ook door natuurlijke bronnen (vulkanen, bosbranden, stormweer).

Dioxines zijn stabiele stoffen en blijven dus lange tijd aanwezig in het milieu. Op die manier kunnen ze zich ook opstapelen in de voedselketen en dus ook in ons organisme. Aangezien deze stoffen zich bij voorkeur opstapelen in het vetweefsel, vinden we deze vooral terug in dierlijke producten (vlees, melk, zuivelproducten, eieren en vis -vooral roofvissen). Bij monsternemingen door het FAVV waren de analyseresultaten in 2016 echter bijna voor 100% gunstig, zie ook de tabel eerder in dit artikel!


Chemische contaminanten die van nature aanwezig zijn in planten

Schimmels die aanwezig zijn in planten, kunnen mycotoxines produceren. Mycotoxines kunnen een kankerverwekkend effect hebben.

De meest bekende mycotoxines zijn aflatoxines. Aflatoxines ontstaan in een tropisch klimaat. Ze kunnen soms, naargelang van de omstandigheden qua temperatuur, de stockage of het transport worden aangetroffen in aardnoten, pistachenoten, paranoten, of soms ook in vijgen, maïs en bepaalde kruiden (nootmuskaat en pili-pili).

Andere mycotoxines zoals ochratoxine A en deoxynivalenol kunnen ook voorkomen in onze contreien.

Ochratoxine A besmet voornamelijk granen. Deoxynivalenol kan ook aanwezig zijn in tarwe, maar aangezien deoxynivalenol wateroplosbaar is, wordt deze stof gedeeltelijk afgebroken bij het koken van bijvoorbeeld pasta. Een aanzienlijk deel van de mycotoxines wordt trouwens afgebroken bij de productie van witte bloem.

De productie van appelsap met appels die rotte stukken bevatten, kan ervoor zorgen dat er patuline ontstaat. Maar ook voor dranken waren de resultaten van de analyses 100% conform (bron: activiteitenverslag 2016 van het FAVV)


Goede culinaire praktijken bij de bereiding van levensmiddelen

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), zijn kankerverwekkend en ontstaan bij het drogen of koken van levensmiddelen wanneer er rechtstreeks contact is met verbrandingsproducten, zoals rook. Opgelet dus bij het barbecue-en! Zie onze tips hieronder.

Zo vermijd je de vorming van PAK’s bij de barbecue::
  • wacht tot de houtskool wit is alvorens het vlees te bakken
  • plaats de gril op een hoogte van 10 cm boven de houtskool
  • vermijd de vorming van vlammen
  • probeer te vermijden dat vet op de houtskool valt, aangezien daardoor ook PAK’s kunnen ontstaan.

Een andere chemische contaminant die kan worden geproduceerd bij de bereiding van levensmiddelen is acrylamide, een “waarschijnlijk kankerverwekkende” stof. Acrylamide ontstaat in een groot aantal industriële toepassingen (productie van verzorgingsproducten, pesticiden, verf ). Acrylamide is eveneens aanwezig in sigarettenrook. Pas in 2002 heeft men kunnen aantonen dat acrylamide ook natuurlijk gevormd kan worden tijdens het bakken van bepaalde koolhydraatrijke (suikerrijke) levensmiddelen (aardappelen, granen, koffie, ...). Het gaat hier enkel om droge bakwijzen: bakken in de oven (koeken) en op de gril (toast), roosteren, frituren (frieten). Acrylamide wordt niet gevormd in levensmiddelen die gekookt worden in water.

Enkele tips om de vorming van acrylamide bij het bakken van frieten te beperken:
  • Gebruik frietaardappelen, die bevatten minder suikers dan andere.
  • Vermijd het gebruik van ontkiemde en gerimpelde aardappelen, aangezien deze meer suikers bevatten.
  • Bewaar aardappelen bij voorkeur bij een temperatuur die hoger is dan 6°C om de vorming van suikers te vermijden.
  • Snij geen te dunne frieten: de dikste frieten bevatten minder acrylamide na het bakken omdat ze een gunstigere oppervlaktevolumeverhouding hebben.
  • Bak de frieten af op maximaal 175°C tot ze licht goudgeel zijn. Hoe bruiner de frieten, hoe meer acrylamide ze bevatten.


Geen reden tot ongerustheid: de producenten doen er alles aan om veilige levensmiddelen op de markt te brengen en het Voedselagentschap waakt.

Maar het kan nooit kwaad om door enkele goede (culinaire) praktijken na te leven het gehalte aan chemische contaminanten in ons voedsel nog verder te beperken…




Bron : Naar een artikel in de Nieuwsbrief FAVV nr.71, pagina 8 tot 10.



Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.   |   Extranet