Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN
 

Zoeken van A tot Z

Meldpunt
0800 13 550

Startpagina Consumenten > Onze voeding > Vlees > Wordt wild ook gecontroleerd?

CONSUMENTEN
Meldpunt Productterugroepingen Waarschuwingen (voor allergenen) Persberichten Onze voeding Dagelijks leven Wat doet het FAVV voor de consumenten ? Incidenten voedselveiligheid Publicaties Video's Over het FAVV Praktisch   - Werkaanbiedingen
  - Nuttige links
COMITES
Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité
PROFESSIONELEN
Wordt wild ook gecontroleerd? Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 16.01.2017


WildVlees van vrij wild heeft een bijzondere smaak. Maar kunnen we het veilig consumeren ? Wilde dieren kunnen, net zoals gekweekte dieren, ziek worden of besmet zijn met parasieten. Consumptie van het vlees kan dus soms gezondheidsrisico’s inhouden. Om deze risico’s te beheersen werden reglementeringen ingevoerd en controles om de naleving ervan te verzekeren, met als uiteindelijk doel steeds de bescherming van de gezondheid van de consument.

De mens heeft sinds oudsher gejaagd. Wild was trouwens zijn eerste bron van voedsel. Pas na de opkomst van de veeteelt en de “beschaving” werd wild een “luxeproduct”…

De jacht is een heuse sport geworden, met eigen wetten en regels. De bevoegdheid hierover ligt bij de Gewesten. Er mag enkel op bepaalde wildsoorten gejaagd worden en dan nog enkel gedurende bepaalde periodes; over het algemeen van oktober tot januari. Elk jaar publiceren de gewestelijke overheden per diersoort de toegelaten jachtperiodes.


Door wie wordt wild gecontroleerd?

De eerste persoon die het dier kan onderzoeken is de jager zelf. Observatie van het dier voor en na het geschoten is kan nuttige informatie geven over de gezondheidstoestand ervan. Daarom eist de overheid dat wie op vrij wild jaagt om het in de handel te brengen voor menselijke consumptie, voldoende kennis heeft van de ziekten waaraan het onderhevig kan zijn en ook van de productie en het hanteren van wild en het vlees ervan. Zo moeten ze in staat zijn om elk gezondheidsrisico te identificeren. Niet alle jagers moeten echter over deze kennis beschikken. Het volstaat dat ten minste één jager in het jachtgezelschap een opleiding gevolgd heeft die onder toezicht van het FAVV door de professionele jachtverenigingen georganiseerd wordt. Jagers die deze opleiding hebben gevolgd en geslaagd zijn voor een test mogen een eerste onderzoek van het gedode dier ter plaatse uitvoeren. De resultaten van dit onderzoek worden genoteerd in een officiële verklaring die het wild begeleidt tot in het erkende wildbewerkingsbedrijf.

WildVoor het wild in de handel komt moet het immers naar een erkend wildbewerkingsbedrijf gebracht worden voor een grondig gezondheidsonderzoek door een officiële dierenarts. Indien het om everzwijnen gaat worden analyses uitgevoerd naar de aanwezigheid van trichinen. Als het wild dit onderzoek met succes doorstaat krijgt het een keurmerk of identificatiemerkteken naargelang het om grof of klein wild gaat.

Onder bepaalde voorwaarden kan de jager het wild dat hij zelf tijdens de jacht gedood heeft ook rechtstreeks aan de eindconsument leveren zonder tussenkomst van een wildbewerkingsinrichting. Het aantal stuks wild dat hij aan een consument kan leveren is in dat geval beperkt en de consumptie ervan mag enkel gebeuren binnen het gezin van deze consument. Bovendien mag tijdens het initieel onderzoek geen enkele anomalie vastgesteld worden en dit moet blijken uit de begeleidende verklaring opgemaakt door de jager. Indien het om een everzwijn gaat moet de jager zelf een bemonstering uitvoeren om er zeker van te zijn dat er geen trichinen aanwezig zijn en moet hij het resultaat aan de consument meedelen.


Wordt ingevoerd wild ook gecontroleerd?

Ingevoerd wild moet aan dezelfde normen voldoen als Belgische producten, ongeacht de herkomst ervan. Dit geldt zowel voor vrij als voor gekweekt wild.

Dezelfde Europese reglementering is van toepassing in alle Lidstaten. Producten kunnen dus vrij verhandeld worden als de inrichtingen van waaruit ze komen over een erkenning beschikken in hun land van oorsprong.

Producten die afkomstig zijn van niet EG-landen moeten begeleid worden door een gezondheidscertificaat afgeleverd door de bevoegde diensten van het land van herkomst en worden steekproefsgewijs onderworpen aan een keuring aan de buitengrenzen van de EU.

In de handel moet vlees van wild uiteraard geëtiketteerd zijn, maar de oorsprong moet niet vermeld worden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld voor rund-, schapen- of geitenvlees.


Trichine, een gevaar voor de volksgezondheid?

Trichine of Trichinella is een microscopisch kleine parasitaire worm die bij de mens verantwoordelijk is voor trichinose, een ziekte die zeer ernstig kan zijn en de dood tot gevolg kan hebben.

In Europa bestaan er verschillende soorten trichinen die zoogdieren kunnen besmetten die als huisdier worden gehouden (hoofdzakelijk varkens en paarden), maar ook wilde zoogdieren (everzwijnen, beren, ...), zonder dat er enig ziekteverschijnsel merkbaar is. De volwassen wormen leven in de dunne darm van hun gastheer en doorboren de darmwand om hun larven af te werpen. Die larven kapselen zich dan in de spieren in, waar ze gedurende jaren kunnen overleven. Door consumptie van besmet spierweefsel kunnen trichinen van de ene gastheer op de andere overgaan.

Wild VleesDe mens ontwikkelt de ziekte wanneer hij vlees consumeert van een dier dat drager is van trichinen. De ziekteverschijnselen zijn niet enkel toe te schrijven aan de aanwezigheid van de worm in het organisme van de zieke, maar ook aan de allergische reacties die daardoor worden uitrgelokt. De eerste tekenen zijn darmklachten, zoals buikkrampen of diarree, gevolgd door spierpijn, hoofdpijn, koorts, vermoeidheid, oedemen,... Bij een geringe besmetting kunnen de ziekteverschijnselen worden verward met een grieperige toestand. Maar een ernstige besmetting en hevige allergische reacties kunnen leiden tot de dood.

Aangezien de besmetting bij de mens verbonden is met de consumptie van besmet vlees, voorziet de Europese reglementering dat een analyse op trichine wordt verricht op een stukje spier afgenomen van alle karkassen van varkens, paarden of everzwijnen die in de handel gebracht worden. Door dit beleid van systematische controle is de ziekte in Europa heel zeldzaam geworden. Bovendien heeft men in België sinds tientallen jaren geen trichinen meer gevonden in varkenskarkassen, waardoor de Europese Unie aan ons land het statuut van heeft toegekend van “gebied met verwaarloosbaar risico op trichinen bij gedomesticeerde varkens”. Dit houdt in dat België vrijgesteld is van de uitvoering van analyses op trichinen op alle varkenskarkassen. Enkel de karkassen van varkens die niet afkomstig zijn van inrichtingen die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen (bijvoorbeeld varkensfokkerijen in open lucht) worden nog aan een systematisch onderzoek in het slachthuis onderworpen.

Wanneer gevallen van trichinose in Europa worden vastgesteld, is dit meestal te wijten aan de consumptie van everzwijnen door jagers die geen onderzoek naar trichinen hebben laten uitvoeren op het wild dat zij hebben gedood of nog door vlees van paarden of everzwijnen dat in de handel werd gebracht en, in strijd met de wettelijke voorschriften, niet onderworpen werd aan een onderzoek in het slachthuis of de wildverwerkingsinrichting.

In 2014 werden in de provincies Limburg en Antwerpen verschillende consumenten ziek na het consumeren van everzwijn in een restaurant en een aantal van hen werd in het ziekenhuis opgenomen. Het vlees was afkomstig van Spanje, waar de controleprocedures niet in acht werden genomen. Zodra het probleem werd vastgesteld, heeft het FAVV de situatie onderzocht en dank zij de traceerbaarheidsgegevens konden alle restaurants die dit besmet vlees hadden ontvangen verwittigd worden en kon verdere consumptie ervan worden vermeden.

Aangezien trichinen niet bestand zijn tegen temperaturen hoger dan 55°C, wordt aangeraden om vlees van everzwijn tot in de kern te laten bakken en nooit roze te consumeren.


Vlees van wild... en hagel

Wild VleesBij consumptie van vlees van wild is waakzaamheid geboden aangezien het hagel kan bevatten. Hagel in vlees afkomstig van de jacht kan een risico inhouden voor de tanden bij het kauwen. Hagel bevat echter ook lood, waarvan men soms sporen in het vlees kan terugvinden (omdat het hele hagelkorrels bevat of omdat een of meerdere hagelkorrels het vlees doorboorden). Dit lood vormt echter meestal geen reëel risico aangezien over het algemeen vlees van wild slechts af en toe geconsumeerd wordt. Regelmatige consumptie wordt daarentegen afgeraden, vooral aan kinderen en ouderen, in het bijzonder in families van jagers waar wild regelmatig op het menu staat.


Tot besluit…

Vlees van wild dat in de handel beschikbaar is kan probleemloos worden gegeten. Als u bij een jager wild koopt waarop hijzelf gejaagd heeft, vergewis u dan dat het een behoorlijke controle ondergaan heeft.

Meer info over de hygiëneregels bij de jacht vindt u in de brochure « Wildhygiëneregels in de Benelux »

Naar een artikel in Nieuwsbrief FAVV Nr.67, pagina's 4 tot 7


Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.   |   Extranet