Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Startpagina > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dieren > Dierengezondheid > Vogelgriep > Situatie in BelgiŽ
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Vogelgriep (Aviaire influenza)

Vorige pagina

Situatie in BelgiŽ

 

Sinds 1 juni 2017 werden 11 besmettingen met het hoog pathogeen vogelgriepvirus H5N8 vastgesteld bij vogels van pluimveehandelaars in Oostkamp en Menen (West-Vlaanderen) en van hobbyhouders in Wellin en Saint-Ode (Luxemburg), in Soignies, Quiévrain, Ath, Courcelles en Tournai (Henegouwen), in Zuienkerke (West-Vlaanderen) en in Couvin (Namen).

Het betreft hetzelfde hoogpathogene vogelgriepvirus H5N8 dat voor het eerst in België geïdentificeerd werd op 1 februari 2017 bij een hobbyhouder van siervogels in de gemeente Lebbeke. Daarna werd het virus in februari en maart ook 4 keer ontdekt bij wilde vogels die men dood aangetroffen had in Oud-Heverlee, Huldenberg, Dilsen-Stokkem en Ottignies.

et FAVV heeft, om de eventuele introductie van vogelgriep op te sporen, al sinds 2004 diverse bewakingsprogramma’s in de pluimveestapel en bij wilde vogels lopen.


Bij pluimvee lopen twee programma’s:  

  • De serologische screening heeft tot doel om de prevalentie van vogelgriepvirussen van de subtypes H5 en H7 bij pluimvee op pluimveebedrijven te bepalen. Er wordt daarbij bloed genomen op pluimveehouderijen met meer dan 200 stuks pluimvee (uitgezonderd de braadkippenbedrijven). De houderijen die in de gevoelige natuurgebieden gelegen zijn, de houderijen met vrije uitloop en alle kalkoenen-, ganzen- en eendenbedrijven worden in de loop van het jaar een tweede keer bemonsterd.
  • In de passieve monitoring worden alle gevallen van abnormale ziekte of sterfte bij pluimvee en alle gevallen van belangrijke eilegdaling of sterk verminderde voeder- en wateropname door de bedrijfsdierenarts onderzocht. Als deze een besmetting met het vogelgriepvirus niet kan uitsluiten, dan mag geen enkele therapeutische behandeling worden opgestart vooraleer er monsters of kadavers voor een autopsie en eventueel bijkomend onderzoek zijn overgemaakt aan de laboratoria van DGZ en ARSIA.

Bij wilde vogels bestaan eveneens twee bewakingsprogramma’s:

  • In de actieve monitoring worden er bij wilde vogels cloaca- of tracheaswabs genomen en onderzocht. De bemonsteringen gebeuren ter gelegenheid van de ringactiviteiten die het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBINW) in het ganse land uitvoert en in mindere mate ook door jagers tijdens het jachtseizoen voor waterwild.
  • Bij de passieve monitoring wordt verdachte sterfte bij wilde vogels onderzocht. Daarbij worden dode vogels die aan een aantal criteria voldoen wat soort en aantal (PDF) betreft voor analyse naar het laboratorium overgebracht.

Alle monsters worden door het referentielaboratorium CODA op vogelgriep onderzocht.



http://www.afsca.be/_pictures/users/li.gif Resultaten van de actieve en passieve monitoring 2016 (PDF)

Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 23.06.2017   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet