 |
|
 |
 |

 |
Informatie over de voedselketen (VKI) |
 |
| |
Voor elk dier of elk lot dieren dat naar het slachthuis wordt gestuurd, dient elke veehouder de zogenaamde "informatie over de voedselketen" (korter: voedselketeninformatie of VKI ) aan de slachthuisexploitant te bezorgen. De nodige gegevens dient de veehouder bij te houden in zijn bedrijfsregisters.
|
 |
 |
| Sinds wanneer is het systeem van toepassing
? |
|
 |
 |
| Waarover handelt de informatie over de voedselketen
? |
|
| |
De informatie heeft betrekking op :- de dierengezondheidsstatus van het bedrijf of de regio van herkomst van de dieren (bv. IBR-statuut bij runderen, Aujeszkystatuut bij varkens, …);
- de gezondheidsstatus van de dieren;
- de toegediende geneesmiddelen of andere behandelingen die de dieren binnen een relevante periode hebben ondergaan, tezamen met de data van toediening of behandeling en de wachttijden;
- de aanwezigheid van ziekten die de veiligheid van het vlees in het gedrang kunnen brengen;
- de resultaten van laboratoriumonderzoeken die relevant zijn voor de bescherming van de volksgezondheid (bv. onderzoeken naar kiemen die aanleiding kunnen geven tot ziekte bij de mens zoals Salmonella, E. coli O157:H7);
- de resultaten van de keuringen op het slachthuis die werden uitgevoerd bij dieren die afkomstig waren van hetzelfde bedrijf;
- de productiegegevens, wanneer die ziekten aan het licht kunnen brengen;
- de naam en het adres van de dierenarts die normaal zijn diensten verleent aan de veehouderij.
Specifieke informatie die aan het slachthuis moet worden bezorgd door :
|
 |
 |
| Waarvoor dient de voedselketeninformatie ? |
|
| |
De voedselketeninformatie zal aan de slachthuisexploitanten en de keurders een duidelijker overzicht geven over de voorgeschiedenis van de ter slachting aangeboden dieren.
De slachthuisexploitant :
- mag alleen dieren tot het terrein van het slachthuis toelaten als hij voor deze dieren beschikt over de informatie over de voedselketen;
- dient, op basis van de informatie, eerst te beslissen of hij de dieren al of niet voor slachting aanvaardt;
- kan, in geval hij de dieren ter slachting aanvaardt, op basis van de voorgeschiedenis van de dieren bijzondere voorzorgen nemen bij het slachten (bv. de slachtvolgorde van de varkens bepalen in functie van de Salmonellastatus van het bedrijf van herkomst).
Ook de keurder zal bij zijn activiteiten rekening moeten houden met deze informatie. Op termijn kan ook het zwaartepunt van de keuring daarmee verschoven worden naar de levende dieren. |
 |
 |
| Wanneer dient de voedselketeninformatie aan het slachthuis te worden bezorgd
? |
|
| |
In principe 24 uur op voorhand.
Uitzonderingen: de informatie mag de dieren vergezellen als het gaat om:- dieren die niet rechtstreeks van het bedrijf van herkomst aan het slachthuis geleverd worden (bv. via de veemarkt);
- éénhoevige landbouwhuisdieren;
- dieren die in het bedrijf van herkomst een antemortemkeuring (onderzoek van het levende dier vóór de slachting) hebben ondergaan: noodslachtingen buiten het slachthuis, in sommige gevallen bij gekweekt wild en in sommige gevallen bij pluimvee (bv. foie gras-dieren).
Indien de slachthuisexploitant na de beoordeling van de voedselketeninformatie beslist om de dieren voor slachting te aanvaarden, moet de informatie onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van de keurder.
Wanneer een dier bij het slachthuis aankomt zonder gegevens over de voedselketen, dient de slachthuisexploitant onmiddellijk de keurder daarover in te lichten. Het dier mag niet worden geslacht zolang de keurder daarvoor geen toestemming heeft gegeven en de informatie dient alsnog binnen 24 uur na aankomst van het dier in het slachthuis toe te komen. |
 |
 |
| Onder welke vorm dient de informatie te worden bezorgd
? |
|
| |
De informatie mag op papier of onder elektronische vorm worden overgemaakt.
|
 |
 |
| Wat is de reglementaire basis ? |
|
| |
De reglementaire bepalingen kan u raadplegen op Eur-lex:
- Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne: bijlage I, deel A, III, punten 7 en 8
- Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong: bijlage II, sectie III
- Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong: bijlage I, sectie I, hoofdstuk II, A en sectie II, hoofdstuk II
- Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder Verordening (EG) nr. 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 854/2002 en (EG) nr. 882/2004, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 852/2004 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004: artikel 1 en bijlage I
|
|
 |
 |