Zoekmotor  



Zoeken van A tot Z
Siteplan
U bevindt zich hier: FAVV > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dierengezondheid > Preventie van besmettelijke dierziekten DE   •   FR   •   NL   •   EN  

Startpagina Over het FAVV Contact Beroepssectoren Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Ombudsdienst voor de operatoren Plantaardige productie Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Consumenten Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Publicaties Praktisch

 
 
   
Preventie van besmettelijke dierziekten
Laastste update: 30.03.2009

1. Inleiding

2. Preventieve maatregelen

2.1 Veterinairrechterlijke maatregelen

2.2 Maatregelen op bedrijfsniveau

2.3 Aanvoer van dieren


1. Inleiding

Epizoötische ziekten zijn besmettelijke ziekten die zich snel verspreiden, onafhankelijk van landsgrenzen, die socio-economische schade veroorzaken of die grote consequenties hebben voor de volksgezondheid, en die van belang zijn voor de internationale handel in dieren en dierlijke producten. Deze ziekten vormen de lijst A ziekten volgens de classificatie van de OIE (Office International des Epizooties). Lijst A ziekten zijn aangifteplichtig. Dit houdt in dat een verdenking van besmetting onmiddellijk door de veehouder of de dierenarts gemeld moet worden aan de bevoegde inspecteur-dierenarts. Als de besmetting door laboratoriumonderzoeken wordt bevestigd, moet de uitbraak binnen de 24 uur door de overheid gemeld worden aan de OIE en aan de Europese Unie. De OIE en de EU verspreiden de informatie naar andere landen. De maatregelen die tegen deze ziekten worden ingezet hebben als doel het uitroeien van de ziekten.

Lijst B ziekten zijn besmettelijke ziekten die socio-economische schade veroorzaken en/of die consequenties hebben voor de volksgezondheid, en die van belang zijn voor de internationale handel in dieren en dierlijke producten. Een aantal lijst B ziekten is aangifteplichtig en wordt uitgeroeid, andere lijst B ziekten worden bewaakt.

Op de website van het OIE worden de karakteristieken van de lijst A ziekten en BSE (lijst B) uitgebreid beschreven. Hoewel Europa in principe vrij is van epizoötische ziekten (met uitzondering van Afrikaanse varkenspest op Sardinië), worden er toch regelmatig ziekteverwekkers binnengebracht vanuit gebieden waar deze ziekten nog niet zijn uitgeroeid, met als gevolg een epidemie van grote of kleinere omvang. Vooral de mond- en klauwzeerepidemie van 2001 heeft een grote impact gehad op de europese veehouderijsector. Daarnaast zijn er de laatste jaren gevallen geweest van aviaire influenza (Italië, Nederland en België), bluetongue (de Balkan, Italië, Corsica), klassieke varkenspest bij gedomesticeerde varkens (Duitsland, Luxemburg, Frankrijk) en bij everzwijnen (Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, België), Newcastle disease (Italië, Denemarken, Zweden).

top

2. Preventieve maatregelen

Epidemieën van besmettelijke dierziekten hebben een grote impact op de veehouderijsector en de samenleving door de risico's voor de voedselzekerheid en -veiligheid die ze inhouden, door de problemen van dierenwelzijn die ze veroorzaken en vanwege de economische schade die ze toebrengen.

top

2.1 Veterinairrechterlijke maatregelen

Op internationaal en nationaal niveau zijn dan ook verschillende maatregelen ingesteld om de verspreiding van epizoötische ziekten te voorkomen.

  • De aangifteplicht moet het mogelijk maken om eventuele besmettingen tijdig op te sporen en verspreiding van de ziekteverwekker te voorkomen vooraleer een uitbraak oncontroleerbare proporties aanneemt.
  • De internationale handel in dieren, dierlijke producten en diervoeders is gebonden aan regels die de kwaliteit en de gezondheid van de dieren en de producten moeten garanderen. Internationale transporten van dieren moeten bijvoorbeeld vergezeld worden door gezondheidscertificaten opgesteld door de officiële veterinaire diensten. Daarnaast worden bewegingen van dieren zowel op nationaal als op Europees niveau bijgehouden en via netwerken uitgewisseld (SANITEL, ANIMO en SHIFT).
  • De regels ten aanzien van en de controle op de grondstoffen die verwerkt worden in diervoeders zijn aangescherpt naar aanleiding van de BSE-problematiek en de dioxinecrisis.
  • Op nationaal en internationaal niveau lopen er ziektebestrijdingsprogramma's die als doel hebben ziekten te elimineren (bijv. runderpest) of de gezondheidsstatus van landen of regio's te verhogen (bijv. ziekte van Aujeszky).
  • Vanwege het risico van insleep van besmettelijke dierziekten zijn er beperkingen opgelegd ten aanzien van de import van dierlijke producten: het is verboden voor particulieren om vlees, vleesproducten, melk en melkproducten voor eigen gebruik in de Europese Unie binnen te brengen vanuit derde landen ( Beschikking 2002/995/EG ).

top

2.2 Maatregelen op bedrijfsniveau

Ook op het veehouderijbedrijf zelf kunnen voorzorgsmaatregelen worden getroffen om insleep van besmettelijke ziekten te voorkomen.

top

2.2.1 Algemeen

Epizoötische ziekten zijn weinig gebonden aan bedrijfstypen of houderijsystemen. Bepaalde andere ziekten en infecties komen daarentegen frequenter voor in intensieve bedrijfssystemen dan in andere. Ziektepreventie is dan ook een belangrijk principe van zowel de traditionele als de biologische veehouderij.

  • Bij de selectie van dieren voor de opbouw van een veestapel kan de veehouder rekening houden met onder andere de karakteristieken van het ras, de ziektegevoeligheid van de ouderdieren en vooral de gezondheidsstatus van het herkomstbedrijf.
  • Dierenwelzijnsaspecten, zoals bijvoorbeeld huisvesting, hebben een belangrijke invloed op de gezondheidstoestand van de dieren. Zo zullen dieren die te weinig ruimte hebben of in een slecht geventileerde stal verblijven, gevoeliger zijn voor ziekten.
  • Daarnaast is de samenstelling van het dieet en de kwaliteit van de voeders een belangrijk element bij het streven naar een goede basisgezondheid van het vee. Vanwege de risico's van insleep van ziekteverwekkers is het voeren van keukenafval (resten van voor menselijke consumptie bestemd voedsel van restaurants, cateringfaciliteiten, keukens, met inbegrip van grootkeukens, het huishouden van de veehouder of van andere personen) verboden.
  • Tenslotte voorkomt een adequate behandeling van minder agressieve ziekten en infecties (als wormen, schurft, mijten) dat de dieren verzwakken en meer vatbaar worden voor andere ziekten.
  • Zieke dieren kunnen best apart gezet worden in een ziekenboeg, enerzijds om het dier goed in het oog te kunnen houden, anderzijds om te voorkomen dat de besmetting overgedragen wordt op de andere dieren.

De aangehaalde punten maken deel uit van wat men kan omschrijven als goed management of goede landbouwpraktijk. Door deze praktijken hebben de dieren minder van stress te lijden en beschikken ze over een betere weerstand.

2.2.2 Hygiëne

Door een goede hygiëne op het bedrijf te garanderen, kan de veehouder het risico van insleep en verspreiding van ziektekiemen verkleinen.

  • Bezoekers die (professioneel) in contact komen met dieren op andere bedrijven, zijn potentieel het meest risicovol. Insleep van ziekten door bezoekers kan voorkomen worden door een aantal hygienische voorzorgsmaatregelen:
    • gebruik van bedrijfskledij en -schoeisel;
    • plaatsing van ontsmettingsvoetbaden voor de stalingang; voor de efficaciteit van de ontsmetting moet (1) schoeisel eerst gereinigd en dan ontsmet worden, (2) de omgevingstemperatuur boven de 15°C blijven, (3) de voorgeschreven concentratie gerespecteerd worden, (4) het schoeisel voldoende lang ondergedompeld worden;
    • handen wassen bij het verlaten van het bedrijf;
    • de toegang tot de stallen beperken (een omheining en een afgesloten stal voorkomen dat bezoekers vrije toegang hebben).
  • U wenst de algemene lijst van de toegelaten desinfectanten te raadplagen?
  • Een logboek waarin alle personen die het bedrijf bezoeken genoteerd worden (naam, datum, uur en reden van het bezoek), is van groot belang bij het epidemiologisch onderzoek in het kader van de dierziektenbestrijding.
  • Insecten en knaagdieren als muizen en ratten maar ook huisdieren (hond, kat) kunnen verschillende ziekten overbrengen. Een propere omgeving (geen rondslingerende rommel, geen voer- en mestresten, geen permanent vochtige plekken, goede ventilatie) voorkomt veel problemen met ongedierte. Verder kunnen vallen en lokaas geplaatst worden en insectensprays gebruikt worden. Als er toch een plaag ontstaat kunnen firma's gespecialiseerd in ongediertebestrijding ingezet worden.
  • Kadavers moeten zodanig bewaard worden dat er geen andere dieren (vee, ongedierte, vogels, huisdieren) aan kunnen en de plaats goed gereinigd en ontsmet kan worden. Voorwerpen die in contact komen met de dode dieren moeten gereinigd worden alvorens ze weer voor andere werkzaamheden worden gebruikt. In het kader van de preventie en bestrijding van varkenspest is het verboden om (delen van) kadavers van everzwijnen binnen te brengen op varkenshouderijen.
  • Voederplaatsen, -bakken en -emmers en drinkbakken moeten proper zijn. Zij dienen zo geplaatst te worden dat morsen wordt voorkomen en dat er geen mest kan in vallen. Er moet rekening mee worden gehouden dat jonge dieren vatbaarder zijn voor ziektekiemen dan oudere dieren

top

2.3 Aanvoer van dieren

Dieren afkomstig van een ander bedrijf hebben per definitie een andere ziektegeschiedenis dan de dieren die geboren zijn in het bedrijf of er reeds langs verblijven. Zij hebben dan ook andere gevoeligheden en resistenties. Bij de aanvoer van dieren van buiten het bedrijf moet de veehouder letten op de volgende zaken:

  • De gezondheidsstatus van het herkomstbedrijf moet hetzelfde zijn als die van het ontvangende bedrijf of hoger. Niet alle dierziekten zijn gecertificeerd daarom is het aan te raden om de verantwoordelijke of de bedrijfsdierenarts van het herkomstbedrijf te vragen naar de ziektegeschiedenis van het bedrijf en het dier.
  • Dieren die via markten of andere verzamelplaatsen op het bedrijf aankomen, hebben contact gehad met dieren van andere bedrijven waardoor hun gezondheidsstatus onduidelijk is geworden. Deze dieren vormen een extra risico voor insleep van ziekten.
  • Ook tijdens het vervoer kunnen dieren alsnog besmet raken met ziektekiemen door contact met andere dieren of door ziektekiemen die na vorige transporten in de veewagen zijn achtergebleven. Voertuigen, bestemd voor het vervoer van dieren, moeten na ieder transport gereinigd en ontsmet worden.
  • Nieuw aangevoerde dieren moeten bij aankomst op het bedrijf eerst apart gezet worden van de aanwezige dieren. De duur van de quarantaineperiode is afhankelijk van de gezondheidsstatus van het dier en het herkomstbedrijf en van wettelijke bepalingen:
    • Nieuw aangevoerde runderen mogen pas bij de rundveestapel worden gevoegd nadat ze door de bedrijfsdierenarts zijn onderzocht op leucose, brucellose en tuberculose. Het is aan te raden om tijdens de quarantaineperiode de dieren ook te onderzoeken op IBR en BVD. Behalve IBR worden deze runderziekten gezien als koopvernietigende gebreken.
    • Fokvarkens en biggen mogen gedurende vier weken niet afgevoerd worden van een bedrijf waaraan varkens zijn toegevoegd die niet op het bedrijf geboren zijn, tenzij ze rechtstreeks naar het slachthuis vervoerd worden. De inspecteur-dierenarts kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing verlenen op dit verbod. Op mestbedrijven mogen geen biggen binnengebracht worden als daar reeds meer dan 8 dagen andere varkens gehuisvest zijn.
    • Hoewel het in geval van schapen en geiten niet verplicht is om nieuw aangevoerde dieren in quarantaine te houden, is dit in verband met het behoud van het statuut voor zwoegerziekte en virale caprine artritis encefalitis (en eventuele andere aandoeningen) zeker aan te raden.






Gebruiksvoorwaarden & disclaimer    |   Copyright © 2012 FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.