Zoekmotor  



Zoeken van A tot Z
Siteplan
U bevindt zich hier: FAVV > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dierengezondheid > West Nijl-koorts DE   •   FR   •   NL   •   EN  

Startpagina Over het FAVV Contact Beroepssectoren Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Ombudsdienst voor de operatoren Plantaardige productie Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Consumenten Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Publicaties Praktisch

 
 
   
West Nile koorts

Over de ziekte

Oorsprong

De door het West Nile virus veroorzaakte ziekte, ook West Nile fever genoemd, is een zoönose waarvoor een arbovirus van de familie van de Flaviviridae verantwoordelijk is.

West Nile fever is een virusziekte bij wilde en gedomesticeerde vogels. De ziekte kan door steken van een vectormug op zoogdieren worden overgedragen vanuit het bij vogels aanwezige reservoir. Paarden en mensen zijn het meest gevoelig voor de ziekte en kunnen een ziektebeeld ontwikkelen. Andere diersoorten (hond, schaap, eekhoorn, enz., …) kunnen eveneens worden besmet maar ontwikkelen zelden of nooit symptomen.

Klinische symptomen

Vogels zijn meestal alleen dragers/reservoirs van het virus en ontwikkelen veelal geen ziektetekens. Toch blijken sommige soorten meer vatbaar te zijn dan andere (met name wilde soorten zoals roofvogels en kraaiachtigen): bij deze diersoorten stelt men algemene ziektetoestanden vast (lethargie, vermageren, depressie) in combinatie met neurologische stoornissen (verlamming, ataxie, scheve hals, ongecoördineerde bewegingen) en een soms hoge sterfte.

Bij paarden verloopt de ziekte meestal asymptomatisch. Bij de paarden, die een klinische infectie ontwikkelen, uit de ziekte zich op zeer verschillende wijze, gaande van een gewoon griepsyndroom (koorts) tot encefalitis, encefalomyelitis en verlamming van de achterste ledematen. 30 tot 40 % van de paarden met een ziektebeeld gaan dood.

Bij de mens verlopen ongeveer 80% van de infecties asymptomatisch. Ongeveer 20% van de besmettingen gaan gepaard met pseudo-griepsymptomen die na 7 tot 10 dagen verdwijnen. Slechts 0,1% van de besmettingen geven aanleiding tot de ontwikkeling van een encefalitis met soms dodelijke afloop.

Overdracht

Muggen (voornamelijk deze van het genus Culex) liggen aan de basis van de overdracht van het virus. Een mug raakt besmet terwijl ze bloed zuigt van een vogel die drager is van het virus; ze kan andere vogels besmetten als ze deze daarna steekt.

De belangrijkste gastheren van het virus zijn vogels, zowel wilde als gedomesticeerde (eenden, duiven, …). Zij spelen een cruciale rol in de verspreiding van het virus. Met name trekvogels kunnen in het voorjaar het West Nile virus uit Afrika meebrengen naar de gematigde streken in Europa en Azië waardoor een vogel/mug-cyclus tot stand kan komen bij de lokale fauna.

Wanneer een aantal voorwaarden samen voorkomen (virusvermeerdering binnen de lokale reservoirpopulatie, aanwezigheid van zowel ornithofiele als zoöfiele muggen,…) kan de vectormug het virus ook overbrengen op zoogdieren en mensen terwijl ze die steekt.

Zoogdieren en mensen zijn “dead-end” gastheren, dat wil zeggen dat zij niet aan de oorsprong kunnen liggen van een infectie van een mug wanneer die bij hen bloed zuigt. Er werden echter wel gevallen van besmetting door bloedtransfusie bij mensen gemeld. Besmetting via besmette bloedproducten is ook mogelijk bij paarden.

Behandeling

Er bestaat geen specifieke behandeling voor de infectie. Bij paarden of mensen kan men de symptomen behandelen al naargelang van de ernst ervan. Bij de neurologische vormen van de ziekte moet de patiënt meestal in het ziekenhuis worden opgenomen.

 

top

 

Preventie- en bestrijdingsmaatregelen

Preventie

De preventie is toegespitst op 3 verschillende aspecten: het beheersen van de vector, de vaccinatie van paarden en de monitoring van wilde vogels.

Het is niet mogelijk alle contact met de vector te beletten, maar men kan wel een aantal preventiemaatregelen toepassen om dat contact te beperken. Die maatregelen kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën:

  • Individuele preventiemaatregelen:
    • het gebruik van afweermiddelen,
    • minder buitenactiviteiten op de momenten van de dag waarop de muggen het actiefst zijn,
    • het dragen van gepaste kledij, namelijk lichtgekleurde kledij waarbij zo weinig mogelijk huid onbedekt is en gemaakt uit een voldoende dicht weefsel zodat de muggen er niet door kunnen steken.
  • Preventiemaatregelen met betrekking tot het milieu:
    • het gebruik van geschikte materiële barrières (gesloten deuren, klimaatregelaars, horren),
    • het gebruik van insecticiden,
    • het verwijderen van plaatsen waar muggen eitjes leggen en de larven tot ontwikkeling komen, dat wil zeggen verwijderen van alle recipiënten waarin stilstaand water kan voorkomen dat gunstig is voor de ontwikkeling van eitjes en larven.
 

Op de Europese markt is thans een vaccin beschikbaar om paarden te vaccineren. Dat vaccin mag worden toegediend aan alle paarden die ouder zijn dan 6 maanden. De eerste toediening moet gebeuren door middel van 2 inspuitingen met een tussentijd van 3-5 weken; nadien volstaat jaarlijks een herhalingsinenting.

De monitoring van wilde vogels is het resultaat van een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma van het Centrum voor onderzoek in diergeneeskunde en agrochemie (CODA) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBINW). Die monitoring bestaat uit twee grote luiken:

  • een passieve bewaking waarbij kadavers van kraaiachtigen, die verzameld worden via de opvangcentra, aan een virologische analyse worden onderworpen;
  • een actieve bewaking waarbij bloedmonsters van gevangen kraaiachtigen serologisch worden geanalyseerd, mondswabs van migrerende zangvogels, die in de lente worden gevangen, virologisch worden geanalyseerd en sera van ganzen en eenden, die in het kader van de bewaking voor vogelgriep zijn verzameld, serologisch worden gescreend.

Verder heeft het CODA met het FAVV een overeenkomst afgesloten voor de serologische screening van monsters van vogels, paarden en runderen met het oog op het verfijnen van de diagnosemethoden en het beoordelen van de situatie in België bij afwezigheid van persistentie van het West Nile virus op ons grondgebied.

Bestrijding

Omdat een besmet paard een te lage viremie heeft om een vectormug te kunnen besmetten, kan dat paard de West Nile fever niet overdragen op andere paarden of op mensen. De toepassing van specifieke bestrijdingsmaatregelen voor paarden zoals beperkingen van het verkeer of het doden van dieren is bijgevolg weinig relevant. De enige twee maatregelen die van kracht zijn bij bevestiging van een geval van West Nile fever zijn:

  • het uitvoeren van een epidemiologisch onderzoek om met name de mogelijke oorsprong van de ziekte vast te stellen,
  • het vernietigen van de bloedproducten van een besmet paard dat zich in een bedrijf bevindt of in de 15 dagen die aan de bevestiging van het geval van West Nile fever voorafgaan in een bedrijf werd gehouden.
 

top

 

Wetgeving

West Nile fever is een aangifteplichtige besmettelijke ziekte. Elk vermoeden moet onmiddellijk worden gemeld aan de provinciale controle-eenheid van het FAVV.

Belgische wetgeving

Koninklijk besluit van 25 april 1988 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24/03/1987.

Ministerieel besluit van 29 /09/1992 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor bewegingen, de invoer en het verkeer van paardachtigen

Koninklijk besluit van 3 juni 1960 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie inzake besmettelijke bloedarmoede en encephalomyelitis der eenhoevigen 

Er zij aangestipt dat een nieuw koninklijk besluit dat specifiek betrekking heeft op virale encefalitis bij paardachtigen thans de procedure voor goedkeuring doorloopt.

Europese wetgeving

Er bestaat thans geen specifieke Europese wetgeving in verband met West-Nijlkoorts.

 

top

 

Situatie in België en in het buitenland

Situatie in België

Er viel tot nu toe geen enkel geval van West Nile fever te betreuren in België, niet bij de wilde fauna en evenmin bij de paardenpopulatie of bij mensen.

Situatie in het buitenland

In Europa

West Nile fever dook voor het eerst in Europa op in de jaren 1960, in Frankrijk. Sinds de jaren 1990 zijn de frequentie en de ernst van epizoötieën en epidemieën sterk toegenomen. Enkele voorbeelden van plaatsen waar in Europa uitbraken voorkwamen:

 

Épizootieën

Gevallen bij mensen

Frankrijk (Middellandse-Zeegebied)

2000, 2003, 2004, 2006

2003

Italië

1998, 2008, 2009, 2010

2010

Hongarije

 

2004, 2008

Roumenië

 

1996, 2005

Tsjechië

1997

1997

 

Buiten Europa

Het West Nile virus komt overal ter wereld voor. Het is endemisch in Afrika. Het is thans ook wijd verspreid in Azië, het Midden-Oosten (Israël), Rusland (waar het met name endemisch is in de streek rond de Wolga en de Wolgadelta), Australië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika.

Het West Nile virus is in 1999 opgedoken in de Verenigde Staten, meer bepaald in de staat New York, waar het tot dan toe totaal onbekend was. Het virus heeft zich geleidelijk verspreid over de rest van Noord-Amerika, ook in Canada, en bereikte uiteindelijk de Westkust in 2002. Het virus werd in 2002 voor het eerst geïdentificeerd in Mexico en werd daarna ook nog aangetoond in Zuid-Amerika: in 2004 in Colombia en in 2006 in Argentinië.
 

top


 

Laastste update: 23.02.2011




Gebruiksvoorwaarden & disclaimer    |   Copyright © 2012 FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.