Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands   Duits   Engels
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Startpagina > Wetenschappelijk Comité > De barometer voor de veiligheid van de voedselketen > Dierengezondheid
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 


De dierengezondheidsbarometer



 
 
Meten van de dierengezondheid
Resultaten
F.A.Q.




Meten van de dierengezondheid

  De barometer van de dierengezondheid is één van de 3 barometers van de veiligheid van de voedselketen die werden ontwikkeld door het Wetenschappelijk Comité van het FAVV. De barometer van de dierengezondheid is een instrument om op een objectieve manier inzicht te krijgen in de evolutie van de algemene dierengezondheid over de jaren heen en om daarover op een eenvoudige manier te kunnen communiceren. Het advies 09-2011 van het Wetenschappelijk Comité met betrekking tot de ontwikkeling van een barometer van de dierengezondheid vormt hiervoor de basis.

De dierengezondheidsbarometer bestaat uit een korf van 13 zorgvuldig gekozen, meetbare indicatoren (dierengezondheidsindicatoren of DGI’s) die samen de toestand van de algemene dierengezondheid in kaart brengen. De indicatoren omvatten alle schakels van de dierlijke productieketen, nl. van toeleveranciers tot de slachthuizen en vismijnen, en dit zowel voor de Belgische productie als voor de import. Zowel controles van producten (analyses) en organen als controles van processen (inspecties en audits) zijn opgenomen in de korf. Ook de preventieve aanpak (autocontrole, meldingsplicht, traceerbaarheid) en de jaarlijkse sterftecijfers bij bepaalde diersoorten zitten vervat in de barometer. Het merendeel van deze indicatoren worden gemeten in het controleprogramma van het FAVV, waardoor een eenvoudige jaarlijkse opvolging mogelijk is. Kenmerkend voor de dierengezondheidsbarometer (in vergelijking met de voedselveiligheidsbarometer en de plantengezondheidsbarometer) is het feit dat bepaalde gegevens afkomstig zijn van bronnen buiten het FAVV. Dit is met name het geval voor de indicator DGI7 (Celgetal in de melk) waar de gegevens afkomstig zijn van het Comité du Lait uit Wallonië en het Melkcontrolecentrum van Vlaanderen en voor de indicatoren DGI10 (Sterfte bij kleine herkauwers) en DGI11 (Sterfte bij vleesvarkens) waar de sterftegegevens afkomstig zijn van Rendac.

Omdat de impact van deze 13 indicatoren op de dierengezondheid verschillend is, werd hun relatief belang gewogen door verschillende stakeholders van de voedselketen, nl. de risicomanagers, het Raadgevend Comité (waaronder vertegenwoordigers van andere overheden, en van de verschillende sector- en consumentenorganisaties) en het Wetenschappelijk Comité van het FAVV. Zo bv. kregen indicatoren die te maken hebben met de meldingsplicht van aangifteplichtige dierziekten en met de inspecties van infrastructuur, inrichting en hygiëne relatief hoge wegingsfactoren. De indicatoren die te maken hebben met sterfte bij vleesvarkens, bij kleine herkauwers en bij vleeskalveren en met observaties in het slachthuis zijn gekenmerkt door een lage wegingsfactor.

Een overzicht van de verschillende indicatoren samen met hun wegingsfactor wordt in de tabel “Overzicht van de indicatoren voor dierengezondheid (DGI’s)” gegeven. Meer informatie over de indicatoren is weergegeven in technische fiches die terug te vinden zijn in bijlage 1 van het advies 09-2011 van het Wetenschappelijk Comité.


Op basis van de resultaten van de dierengezondheidsindicatoren en de weging van het onderling belang van deze indicatoren kan aldus een dierengezondheidsbarometer opgesteld worden. Deze meet op jaarbasis de toestand van de algemene dierengezondheid van de productiedieren in België en dit ten opzichte van een voorgaand jaar. Het resultaat van de barometer wordt uitgedrukt als een vergelijking van de toestand met een voorgaand jaar omdat de dierengezondheid moeilijk in absolute cijfers uit te drukken is. De dierengezondheid hangt namelijk ondermeer af van normen, actielimieten of maatregelen die het beleid hanteert en die kunnen evolueren.

Overzicht van de indicatoren voor dierengezondheid (DGI’s) :

Ref. Type indicator Wegingsfactor
DGI1: Meldingsplicht van aangifteplichtige dierenziekten. 1,87
DGI2: Autocontrole primaire dierlijke productie. 1,11
DGI3: Inspecties infrastructuur, inrichting en hygiëne. 1,57
DGI4: Inspecties traceerbaarheid. 1,19
DGI5: Inspecties dierenwelzijn. 0,61
DGI6: Meldingen van abortus bij runderen. 1,22
DGI7: Celgetal (aantal somatische cellen in de melk). 0,80
DGI8: Parasitaire leverletsels bij varkens. 0,42
DGI9: Antibioticumresistentie bij E. coli indicatorkiemen. 1,49
DGI10: Sterfte bij vleesvarkens. 0,84
DGI11: Sterfte bij kleine herkauwers. 0,54
DGI12: Afgekeurde pluimveekarkassen. 0,65
DGI13: Sterfte bij vleeskalveren. 0,69
Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 23.05.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet